Author Archives: Marjon

  1. NEE!

    Leave a Comment

    Grenzeloos

    Grenzen en grensoverschrijdend gedrag, een actueel thema. Waar de grens ligt tussen gewenst en ongewenst gedrag is voor ieder mens verschillend. 
    Het duiden van grensoverschrijdend gedrag begint bij het duiden wat grenzen zijn en waar maatschappelijke, culturele en vooral ook persoonlijke grenzen liggen.

    Als grensbewoner, ik woon ca 500 meter van de Duitse grens, wandel ik graag in een natuurgebied dat zowel in Nederland als in Duitsland ligt. Het is een heel oud veengebied. Als ik daar wandel weet ik dat ik soms in het ene land en soms in het andere land ben. Omdat ik er al jaren kom, weet ik dat ik tijdens mijn wandeling grensoverschrijdend bezig ben, maar ik kan het niet zien. Het landschap oogt hetzelfde. De drassige paden lopen door.  In het gebied staan ongeveer 30 grenspalen, waarvan enkele 200 jaar oud zijn. In sommige staat een P (Pruisen) en aan de andere kant een (N) gegraveerd. Dat is de enige aanduiding en evengoed weet ik dan nog niet precies in welk land ik sta. 
    Marjon Kuipers

    Wat nogal eens een gevoelig misverstand is bij het bewaken van persoonlijke grenzen is dat er vaak gedacht en gezegd wordt dat anderen over jouw grens gaan. Maar even opletten; jij bent degene die weet waar jouw grenzen liggen, althans dat hoor je te weten. Dus jij bent ook degene die verantwoordelijk is voor het bewaken van jouw eigen grenzen. Geloof het, de ander heeft vaak echt geen idee waar jouw grens ligt en blijft soms net zolang doorgaan tot hij of zij ergens tegen aan botst. En soms volgt de botsing pas als je jezelf zo ongeveer helemaal bent kwijtgeraakt en dan is het een hele klus om jouw eigen terrein, jouw ziel en zaligheid en soms ook jouw eigenwaarde en zelfwaardering weer terug te vinden. Als jouw grenzen niet duidelijk zijn, of zelfs ontbreken ben je volledig afhankelijk van wat er in jouw omgeving plaatsvindt. Als jij jouw grenzen niet aangeeft ben je een speelbal van de grillen en emoties van anderen en loop je kans op verlies van je eigen identiteit, maar ook op het verlies van het nemen van je eigen verantwoordelijkheid voor je eigen geluk. Dit geldt even goed voor persoonlijke grenzen in het dagelijks leven als voor de persoonlijke grenzen in een professionele setting. En uiteraard is het een spanningsveld. Er blijven altijd mensen die vanuit hun positie, hun kracht of macht zich niets aan trekken van de grenzen van een ander. 

    Grenzen zijn gezond. Het hebben van grenzen maakt het mogelijk om verschil te ervaren tussen jezelf en de ander. Gezonde grenzen zijn flexibel en context gebonden. Hoe beter jij weet wat goed is voor jou, hoe flexibeler je zult zijn.

    Grenzen ontdekken

    Klinkt best makkelijk, grenzen bewaken. Maar dat is het meestal niet. In tegendeel. Het is hartstikke moeilijk. We zijn heel vaak grensoverschrijdend bezig naar onszelf en herkennen ook vaak de grenzen van een ander niet. Om een grens te kunnen bewaken en ze enigszins flexibel te kunnen hanteren moet je ze wel eerst ontdekken. Vaak ontbreken grenzen of zijn het ondoordringbare muren met massieve deuren geworden. Beide versies zijn op termijn niet zo goed voor je.  Let wel, het gaat niet over schuld of onschuld. Het gaat over interne processen. 

    Wat is jouw NEE waard?

    Grenzen ontdekken we als we jong zijn. we ervaren wat wel en niet prettig voor ons is. Onze opvoeders geven ons aan wat wel en niet getolereerd wordt. Heb je als kind de ruimte gekregen om jouw eigen grenzen te leren kennen? Hadden jouw ouders voldoende vertrouwen om jou met vallen en opstaan de wereld te laten ontdekken? Had je als kind de ruimte om “nee” te mogen zeggen of moest je altijd doen wat je gezegd of gevraagd werd. 

    Veel kinderen leren al heel jong dat hun “nee” niets waard is. Opvoeders en leerkrachten stellen, in plaats van het geven van een respectvolle instructie, vaak vragen aan kinderen waarop uiteindelijk alleen maar een “ja” geantwoord mag worden. Weigert het kind dan volgt er nogmaals dezelfde vraag, allen dan iets harder of duidelijker. Net zolang tot er een “ja” volgt. Met als gevolg dat het in je latere leven nauwelijks nog zin heeft om “nee” tegen iets te zeggen omdat je dan zo geconditioneerd bent geraakt dat het niet eens meer in je opkomt om het te zeggen. Je doet gewoon die rotklus op je werk erbij, je regelt het wel, je gaat naar een feestje terwijl je er geen zin in hebt, je regelt het hele huishouden naast je werk en je pikt in relaties dingen die jouw eigen kostbare ik ernstig te kort doen. Kortom, je bent voor ieders karretje te spannen. En als dat karretje dan te zwaar wordt zit jij met een rotgevoel of een burn-out omdat je het maar hebt laten gebeuren. 

    Nee leren zeggen dus. En om nee te leren zeggen is wat zelfonderzoek nodig. Wat is de reden dat “nee” er voor jou zo moeilijk is uit te persen? Word je nog wel aardig gevonden als je nee zegt? Wat probeer je in stand te houden door geen nee te zeggen? Ben je bang om iets of iemand te verliezen als je “nee” zegt? Of misschien verlam je wel van angst bij het idee ertegenin te gaan omdat je bang bent voor de reactie van de ander. Wat is trouwens het ergste dat jou kan gebeuren als je “nee” zegt?

    Als je in je jonge jaren niet geleerd hebt wat jouw grenzen zijn dan leer je niet goed om het onderscheid te maken tussen wat van jou is en wat van de ander. Dan weet je ook niet wat wel en niet schadelijk voor jou maar ook voor de ander is. Grenzen zijn nodig om gezond te kunnen opgroeien, maar vaak leren we ze niet goed omdat ook onze ouders hiermee worstelden. Het is een uitdaging om je grenzen goed en gezond te leren neerzetten omdat grenzen immers onzichtbaar zijn. De ervaringen met de overschrijdingen van jouw grenzen in de kinderjaren worden opgeslagen in je geheugendatabase en maken deel uit van je programmering. Hieruit ontstaat het coping mechanisme voor je latere leven. Bovendien is onbekend zijn met je eigen grenzen een grote trigger voor fysieke en mentale stress. De onbewuste overschrijding van je grenzen, door jezelf en door anderen, activeert namelijk ons stressresponssysteem en heeft daarmee invloed op ons immuunsysteem. Het kan ervoor zorgen dat je je neerslachtig en zelfs depressief gaat voelen. Het niet goed kunnen hanteren van gezonde grenzen kan roofbouw op jouw lichaam plegen en zorgt ook dat je mentaal niet in optimale staat verkeert. Geen goede gezonde grenzen betekent per definitie stress in je systeem.  En die stress in je systeem uit zich in gedrag. Gedrag is het enige waarneembare in ons contact met anderen. Dat maakt dat we elkaar over en weer beinvloeden en ongemerkt over en weer over onze grenzen gaan. 

    We zijn allemaal geraakt en gevormd door onze geschiedenis.  Onze ervaringen uit het verleden kan iedere beslissing die we nemen, iedere keuze die we maken sterk beïnvloeden. Vooral als deze ervaringen uit trauma voortkomen. Nog steeds wordt trauma gezien als het resultaat van een intense, levensbedreigende gebeurtenis of situatie zoals seksueel misbruik, overlijden van een ouder, scheiding, oorlog, geweld, misbruik of een ramp. Bijna altijd echter hebben we onze trauma ervaringen niet bewust, zijn ze vooral stil en subtiel en hebben deze ervaringen ons op een onbewuste laag diep geraakt. Trauma ontstaat door bedreigende omstandigheden in de kinderjaren in de hechte relaties waaraan wij als kind niet konden ontkomen zoals in de relatie tussen ouders en kind. 

    Trauma

    Deze traumaervaringen hebben ook vandaag nog invloed op de chemische balans in ons lichaam en hebben een negatief effect op ons mentale en fysieke welzijn. 

    Zeker als je een emotioneel onveilige kindertijd en jeugd hebt gehad, omdat jouw vader of moeder niet emotioneel beschikbaar waren, dan zal het je niet onbekend voorkomen dat je wanneer de stress erg hoog bij je is, gedrag toont dat je liever niet zou willen tonen. Jij als verstandige volwassene raakt getriggerd in een oude onbewuste kindpijn en of je het nu wilt of niet, voor dat je het weet sta je te schreeuwen, met deuren te smijten, je loopt weg, zegt je hele gemene dingen, maak je iets stuk of je bevriest en trekt je in jezelf terug. 

    Als de stress er niet is ben je toch nog heel hard bezig iedereen in jouw omgeving te vriend te houden, te pleasen met als onbewust doel niet afgewezen te worden. Je geeft je grenzen niet aan, sterker nog, je weet niet eens hoe dit moet. Toen je kind was dit gedrag functioneel overlevingsgedrag. Je ervoer letterlijk doodsnood als kind als jouw ouders niet beschikbaar waren dus onbewust paste je jouw gedrag aan. Zo zorgde je ervoor dat jouw ouders jou wel lief vonden. Maar vandaag de dag, in je relatie met je partner, vrienden of vriendinnen, je kinderen of met je collega’s en cliënten is het gedrag, hoe vertrouwd ook, niet meer functioneel. Sterker nog het zuigt je op termijn helemaal leeg. Je bent nl veel te hard aan het werk om liefde en erkenning te krijgen. Op te eisen zelfs. Je doet super goed je best, bij het perfectionistische af, om maar niet in de steek gelaten te worden, of geen afkeuring te ontvangen en het is nooit genoeg.

    Soms ook ben je argwanend. Lijkt het allemaal goed te gaan maar durf je niet te genieten, niet te vertrouwen dat het goed is, omdat jouw oude patroon is dat je toch niet goed genoeg bent en het voor jou niet is weggelegd. Je verzet je niet meer, bent gelaten. Je hebt gebrek aan energie en motivatie. Je bent niet vooruit te branden. Het is immers zinloos zoals je dat als kind al zo goed wist. 

    Soms ook ervaar je persoonlijke relaties als benauwend. Hou je het niet vol op je werk. Je hebt het gevoel dat je stikt en wil je het liefst de boel de boel laten en nieuwe situaties op zoeken. Een nieuwe partner, een nieuwe baan, een andere leefomgeving. Zolang je beweegt ben je veilig en kan niemand je pijn doen.

    We willen onszelf liever niet als slachtoffer van trauma zien. We willen niet zien dat ook wij als volwassenen (onbewust) ook traumatische situaties en omstandigheden hebben meegemaakt. Trauma is veel breder dan we ons vaak voorstellen en het laat blijvende littekens achter, of we ons er nu bewust van zijn of niet. En alleen jij kunt hier iets aan doen. Het lijkt wel lekker een ander de schuld te geven van het schuitje waar jij nu inzit. Maar zo werkt het niet. De ander heeft genoeg aan zichzelf en aan zijn of haar eigen traumapatronen. Jij moet dus aan de slag. Met jezelf. Stukje bij beetje herpak je jezelf. 

    De kunst is om zonder te verharden jezelf te herbouwen. 

    De eerste stap om beter met jouw onverwerkte patronen om te kunnen gaan begint met erkenning. Erkenning dat jou ooit iets zo geraakt heeft dat je patronen hebt ontwikkeld die jou hielpen te overleven. 

    De tweede stap is kennis. Gelukkig is er veel nieuwe kennis over trauma en het blijvende effect op ons functioneren. Want als jij weet wat er in jouw lijf gebeurt met de onbewust opgeslagen ervaringen en hoe het zit met de werking van jouw brein onder stress en de invloed op jouw gedrag dan maak je al een grote stap richting een nieuwe gezondere versie van jezelf. 

    Aanbevolen literatuur
    Adverse childhood experiences and their association with health-harming behaviours and mental wellbeing in the Welsh adult population. (2016). The Lancet.

    Bellis, M., Ashton, K., Hughes, K., Ford, K., Bishop, J., & Paranjothy, S. (2016). Adverse Childhood Experiences (ACEs) in Wales and their Impact on Health in the Adult Population. European Journal of Public Health26(suppl_1). https://doi.org/10.1093/eurpub/ckw167.009

    Capel, P. (2017). Het emotionele DNA (1ste editie). Van Duuren Media.

    Childre, D., & Rozman, D. (2005). Transforming Stress. New Harbinger Publications.

    Crastnopol, M. (2015). Micro-trauma (1ste editie). Taylor & Francis.

    Dana, D., & Porges, S. W. (2018). The Polyvagal Theory in Therapy : Engaging the Rhythm of Regulation. Ww Norton & Co.

    Fisher, J. (2018). Innerlijke zelfvervreemding overwinnen na trauma (1ste editie). Uitgeverij Mens!

    Hughes, K., Bellis, M. A., Hardcastle, K. A., Sethi, D., Butchart, A., Mikton, C., Jones, L., & Dunne, M. P. (2017). The effect of multiple adverse childhood experiences on health: a systematic review and meta-analysis. The Lancet Public Health2(8), e356–e366. https://doi.org/10.1016/s2468-2667(17)30118-4

    Jeong, H. J., Durham, E. L., Moore, T. M., Dupont, R. M., McDowell, M., Cardenas-Iniguez, C., Micciche, E. T., Berman, M. G., Lahey, B. B., & Kaczkurkin, A. N. (2021). The association between latent trauma and brain structure in children. Translational Psychiatry11(1). https://doi.org/10.1038/s41398-021-01357-z

    Kolk, Van Der, B. A. (2016). Traumasporen: het herstel van lichaam, brein en geest na overweldigende ervaringen (Dutch Edition) (01 editie). Uitgeverij Mens!

    Kuipers-Hemken, M., & Buma, S. (2020). Minder stress, minder autisme (1ste editie). SWP.

    Levine, P. A., & Frederick, A. (1997). Waking the Tiger. Adfo Books.

    Linden, A., & Mouwen, C. M. M. (2008). Jezelf en de ander / druk 2. Ankh-Hermes.

    Lovallo, W. R. (2015). Stress and Health: Biological and Psychological Interactions (NULL) (Third ed.). SAGE Publications, Inc.

    Maté, G. (2011). When the Body Says No. Knopf Canada.

    Minton, K., & Ogden, P. (2006). Trauma and the Body: A Sensorimotor Approach to Psychotherapy (Norton Series on Interpersonal Neurobiology) (1ste editie). W. W. Norton & Company.

    Ogden, P., & Fisher, J. (2015). Sensorimotor Psychotherapy: Interventions for Trauma and Attachment (Norton Series on Interpersonal Neurobiology). W. W. Norton.

    Porges, S. W. (2009). The polyvagal theory: New insights into adaptive reactions of the autonomic nervous system. Cleveland Clinic Journal of Medicine76(4 suppl 2), S86–S90. https://doi.org/10.3949/ccjm.76.s2.17

    Ruppert, F. (2019). Who am I in a traumatised and traumatising society? Van Haren Publishing.

    Van der Hart, O., Van Ochten, J. M., Van Son, M. J. M., Steele, K., & Lensvelt-Mulders, G. (2008). Relations Among Peritraumatic Dissociation and Posttraumatic Stress: A Critical Review. Journal of Trauma & Dissociation9(4), 481–505. https://doi.org/10.1080/15299730802223362

  2. Leave a Comment

    Meer kennis van Trauma daagt ons uit anders naar mentale klachten te kijken

    De oorzaak van #trauma kunnen we verdelen in twee categorieën. De voor de hand liggende oorzaken en de minder vanzelfsprekende. Tot de voor de hand liggende oorzaken behoren onder andere oorlog, huiselijk geweld, seksueel misbruik, ernstige ziektes of verwondingen, adoptie, overlijden gehechtheidspersoon. 

    De minder vanzelfsprekende oorzaken lijken vaak op normale omstandigheden, maar worden vaker (onbewust) als traumatisch ervaren dan we misschien zouden verwachten. Kijk eens naar de onderstaande lijsten en let dan eens voorzichtig op hoe je reageert op elk item. Let op je lichamelijke sensaties, zoals tinteling, spierspanning, ademhaling, temperatuur, hartslag en dergelijke. Maar ook, zie je beelden voorbijkomen of gedachten, herinneringen, emoties. Observeer zo objectief mogelijk.


  3. Wat wordt er toch veel over het hoofd gezien als het gaat om trauma

    Leave a Comment

    Trauma behoeft dringend een herdefiniëring. Trauma is veel meer dan de meeste mensen denken. Het ervaren van trauma op jonge leeftijd heeft zo veel invloed op onze latere mentale en fysieke gezondheid en er is zo weinig aandacht voor, dat het lijkt alsof we er collectief niet “aan “willen. 

    De tijd heelt beslist alle wonden niet. Ook de kleine dingen waarvan als snel gedacht wordt dat ze niet traumatisch kunnen zijn, is voor degene die het betreft vaak wel traumatisch. En je gaat je ook niet beter voelen als een ander zegt dat je nu weer door moet en dat er wel ergere dingen zijn dan dat jij hebt ervaren. Trauma ervaringen zijn subjectief en persoonlijk. Een ander kan nooit voor jou bepalen of jij wel of geen trauma ervaringen hebt.

    Wat wordt verstaan onder trauma?

    Trauma wordt vaak in verband gebracht met heftige ervaringen zoals geweld, seksueel misbruik, overlijden van een ouder of oorlogssituaties. Natuurlijk zijn dat ook traumatische ervaringen. Trauma gaat veel verder dan dat. In de jaren 80 werden alle baby’s nog zonder verdoving geopereerd. Nu weten we dat dit bij een baby dezelfde stressreactie te weeg bracht als een soldaat ervaart in een oorlogssituatie. Trauma dus. Ook het verblijf in een couveuse blijkt achteraf voor kinderen, hoe klein ook, erg traumatisch te zijn. En evengoed ook operaties en nare ingrepen bij baby’s en jonge kinderen met verdoving. Nog steeds hoor je het advies; “laat maar huilen” terwijl huilen de enige manier van een baby is om aan te geven dat het niet okay is. Neem daarbij het hebben van ouders die vanwege hun eigen sores niet in staat waren de juiste emotionele zorg en nabijheid te bieden. Het gebrek aan veiligheid, verwaarlozing, kleine en grote afwijzingen (microtrauma) vanuit de ouders richting het kind. Hoge verwachtingen die ouders hebben en waaraan het kind niet kan voldoen. Pesten thuis en op school. De stress die deze trauma’s veroorzaken is gelijk aan het ervaren van doodsnood. Dat leest wellicht dramatisch. Maar in stress staat het denkende deel (neocortex) van het brein onder druk en is het niet meer mogelijk om situaties cognitief te beredeneren. Alleen het overleven telt nog. Dus los van het denken is het echt een regelrechte doodsbedreiging. 

    Als ouders maken of maakten wij ons allen “schuldig” aan het veroorzaken van trauma’s bij onze kinderen. En onze ouders weer aan die van ons. En daarvoor en daarvoor. En het “schuldig” zijn aan behoeft nuancering. Het gaat natuurlijk niet om schuld want ouders doen ook alleen maar dat waar toe zij in staat zijn. Wel gaat het om aandeel. Zoals de auteurs van “Trauma en ouderschap beschrijven (Ruismäki, 2021): Ouders die als kind zijn getraumatiseerd door verwaarlozing of misbruik, traumatiseren – ongewild en onbewust- ook hun kinderen. 

    Wanneer wij als kind geen veiligheid ervaren, in een stressvolle situatie terechtkomen of hulpeloosheid ervaren en niet in staat zijn om te vechten of te vluchten gaat het autonome zenuwstelsel van het lichaam over in een natuurlijke en automatische beschermende reactie. De eerste stressreactie is het klaar maken van het lichaam om te vechten en/of te vluchten. Als dat niet lukt, zoals het geval bij jonge kinderen, is de volgende fase het bevriezen of het bevrienden (fawning / dissociëren). Al deze reacties gaan gepaard met een groot shot adrenaline, gevolgd door een hoge dosis cortisol. Cortisol blijft tot wel 14 uur in het lichaam aanwezig voor dat het is afgebroken. Het is een krachtig herstellend stofje bij een kortstondige stresspiek maar Is de stresservaring chronisch dan wordt er constant cortisol afgegeven. Deze chronische afgifte van cortisol leidt tot grote schade aan de cellen en organen van het lichaam. Het verzwakt het immuunsysteem, veroorzaakt ontstekingen en is slecht voor de hersenen. 

    Deze cyclus van hoge stress en daarmee de permanente afgifte van stresshormonen legt een enorme druk op de mentale en fysieke gezondheid van de mens. Er is een sterk verband tussen de bewust en onbewust ervaren trauma’s uit de kindertijd en mentale en fysieke aandoeningen.

    Onderstaand tref je een lijst aan van aandoeningen waarvan onderzoekers van het Amerikaanse Center for Disease Control vermoeden dat deze veroorzaakt worden door trauma. ​​

    Type 2 diabetes
    Ziekte van Crohn
    Hypertensie
    Prikkelbare darm syndroom
    Hart-en vaatziekten
    Morbide obesitas
    Artrose
    Angst en depressie
    Fibromyalgie
    Chronisch vermoeidheidssyndroom
    Chronisch pijnsyndroom
    Verslaving aan drugs, alcohol en nicotine

    Bronnen: 

    Ruismäki, M. (2021). Trauma en ouderschap (1ste ed.). Uitgeverij Mens!

    https://search.cdc.gov/search/index.html?query=trauma&dpage=1

    https://search.cdc.gov/search/index.html?query=childhood%20trauma&dpage=1#results

  4. Fawning

    Leave a Comment

    Wat is Fawning?
    Het is een beschermende staat waarin ons zenuwstelsel onbewust en automatisch prioriteit geeft aan onze veiligheid boven de authenticiteit van onze uitdrukkingen. Deze term werd voor het eerst gebruikt door Pete Walker, therapeut en auteur en heeft een link met de Polyvagaal Theorie van Stephen Porges.

    Fawning is een stressreactie die ons, wanneer we ons onveilig of bedreigd voelen, in staat stelt een “veilige en sociale” ventrale vagale toestand te imiteren. Het gebeurt wanneer het niet mogelijk is te vechten of te vluchten voor de daadwerkelijke of ingebeelde dreiging. Het wordt ook wel “people pleasen” genoemd. Immers wanneer je “vrienden” blijft of wordt ben je redelijk veilig. In deze toestand kunnen we dingen zeggen of doen die niet in overeenstemming zijn met onze ware gevoelens. maar doen we het enkel en alleen om te kunnen overleven. Vaak is dit gedrag al heel jong aangeleerd.
    We kunnen ons gedragen op een manier die vriendelijk, aangenaam of zelfs grappig is, ook al voelen we ons boos of bang. We zijn bereid onze eigen behoeften, wensen en verlangens op te geven, uit angst dat het uiten ervan ons onveiliger zou maken.
    Als het niet veilig is om te vechten of te vluchten, dan kan doen alsof je het eens bent met de bron van ‘dreiging’ een manier zijn om veiligheid te bereiken. Hoe minder bedreigend we voor een ander lijken, hoe kleiner de kans dat ze ons aanvallen of zelfs “opeten”.

    In termen van het autonome zenuwstelsel wordt aangenomen dat fawning een toestand is die zowel een hoge sympathische activering (stress) als een mate van dorsale vagale (shutdown) betrokkenheid omvat. Dat betekent dat we veel energie (adrenaline) in ons lichaam hebben, waardoor we ons op in basis groter, luider en dreigender zouden willen gedragen, maar waar de dorsale vagale immobilisatie verzwakt, zodat we ons juist kleiner, stiller en minder bedreigend gedragen.

    Volgens Dr. Porges is fawning een dissociatief proces. Volgens zijn theorie zou je in levensbedreigende situaties, waar je je niet uit kunt vechten of vluchten, moeten flauw vallen of doodliggen. Hiervoor zou je reflexmatig een shutdown van je systeem moeten genereren maar dit zou ook betekenen dat er niet voldoende zuurstof naar je hersenen kan. Dit is juist voor zoogdieren als de mens gevaarlijk. Fawing is een proces waarbij in gevaar de bloedtoevoer naar je hersenen en spierspanning naar je ledematen gehandhaaft blijft en waarbij je bewustzijn naar de achtergrond verdwijnt. In feite dissocieer je jezelf van de bedreigende omstandigheden. Porges noemt nadrukkelijk dat dit reflexen zijn en het geen bewust please gedrag betreft. Het is overlevingsgedrag waar je net als bij de andere uitingen in overlevingsgedrag weinig tot geen invloed op uit kunt oefenen.

  5. Uitleg van de snelle stressreducerende Voe-ademhaling.

    Leave a Comment

    De Voe ademhaling is een idee van de bekende Traumaexpert Peter Levine. Het toepassen van deze ademhaling zorgt voor een snelle stressreductie. Het maken van de Voe klank: (1) verlengt je uitadem, (2) brengt balans in het zuurstofgehalte in je bloed en (3) kalmeert je brein door de ‘nervus vagus’ in je buikholte te stimuleren.

    https://insighttimer.com/bassnippert/guided-meditations/zelfregulatie-met-voe-ademhaling?_branch_match_id=959680890297733524&utm_campaign=web-share

  6. Het still face experiment

    Leave a Comment

    De Belgische kinderpsychiater Binu Singh heeft het bekende still face experiment herhaald. Nu niet alleen met de ouder die uit contact gaat door geen oogcontact en geen mimiek meer te vertonen maar nu ook met de ouder die uit contact gaat door alle aandacht op zijn of haar telefoon te richten. De kinderen laten direct stressgedrag zien. Ze huilen, gaan wapperen met hun handen of ze vallen geheel stil. Gebeurt dit dagelijks dan is er al sprake van het opdoen van micro trauma. Micro trauma op micro trauma genereert overlevingsgedrag. Gedrag dat in uiting hetzelfde is als het gedrag bij autisme. 

    Het onderstaande experiment is gedaan met jonge kinderen. Dus kinderen met een jonge gehechtheidsontwikkeling. Veel oudere kinderen en ook volwassenen met autisme hebben vaak ook nog niet alle gehechtheidsfasen doorlopen (Loekemeijer, 2020). Uit onderzoek blijkt dat zelfs volwassenen met autisme vaak pas 2 of 3 fasen van de gehechtheidsontwikkeling goed hebben doorlopen. Om gevoel niet alleen vanuit cognitie te beredeneren, zoals bij autisme vaak gebeurt, maar dus echt van binnenuit is actieve nabijheid van een gehechtheidsfiguur nodig. Loekemeijer gaat uit van 8 fasen van gehechtheid en pas vanaf fase 6 is er minder nabijheid nodig. 

    Dus actief contact is naast dat het een basisbehoefte is, ook een voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling. Dus niet alleen bij de hele jonge kinderen maar zeer zeker ook nog bij kinderen en volwassenen met autisme. 

    Een ander zorgelijk aspect is het dragen van mondkapjes. Hoeveel actief contact gaat hiermee verloren? Wat zal de invloed zijn op de gevoelsontwikkeling van de jonge generatie die nu opgroeit? Zo maar wat vragen waar we met elkaar, zeker in de huidige tijd, aandacht voor moeten hebben. 

  7. Trauma in het gezin

    Leave a Comment

    Een treffend opiniestuk van Jan Pieter Meijer, cirisisinterventor bij de Jeugdbescherming van zaterdag 5 juni 2021 over het bieden van relatietherapie aan ouders als er crisis is in een gezin. En wat ons betreft heeft hij een punt.

    Wat wij signaleren is dat escalaties rond kinderen ontstaan, niet door dat kinderen iets niet goed doen of vervelend zijn maar door dat zij getriggerd worden door het bewuste en ook onbewuste gedrag van hun omgeving. Jonge kinderen zijn hulpeloos en totaal afhankelijk van hun omgeving en zijn extreem gevoelig voor de effecten van (onbewuste) verbale en non-verbale uitingen van anderen. Zij kunnen daar niet anders dan op reageren dan met vaak heftig (overlevings)gedrag. Soms pijnigen zij zichzelf onbewust om de ouders tevreden te stellen. Ouders zijn er doorgaans niet op uit om hun kinderen leed toe te brengen. Hetgeen ouders in hun eigen stress projecteren op hun kinderen gaat onbewust en onbedoeld. Het gedrag van de kinderen dat vaak wordt geduid als problematisch gedrag is alleen maar taal. Het is in hun onmacht en afhankelijkheid het enige communicatiemiddel dat zij hebben. 

    Als ouders goede hulp krijgen bij hun relatieproblemen en de onderliggende oorzaken, kennis verwerven over de dynamiek van wederzijdse invloeden en hun eigen triggers zullen zij beter in staat zijn een veilige haven voor hun kinderen te zijn. Want ook ouders zijn niet vrij van trauma. Wat ons gedrag aanstuurt, ook in relaties, heeft te maken met welke ervaringen wij zelf hebben.  Veel ervaren trauma’s zijn onbewust. Volgens onderzoeken blijkt wel zeventig of procent van de bevolking, of zelfs meer trauma te hebben. Door de trauma’s die wij hebben ervaren maken wij als individuele mens een onbewuste strategie om te kunnen overleven. Vroeger werd gedacht dat trauma iets groots moest zijn zoals, overlijden ouder, seksueel misbruik, scheiding, geweld, oorlog. Trauma ervaringen zijn subjectief en kunnen ook klein zijn en kunnen zich stapelen tot een groter trauma waarbij geen specifieke oorzaak meer te duiden is. 

    Trauma gaat om een subjectieve ervaring van doodsangst. Trauma is de meest belangrijke oorzaak van mentale problemen. Ons hele leven lang doen wij allen alles, echt alles om herhaling van deze ervaringen te voorkomen. Als er ook maar iets is wat voor ons bedreigend voelt reageren wij met overlevingsgedrag. 

    De stress die door traumatriggers wordt veroorzaakt zorgt dat ons overlevingssysteem in actie komt. Onze neocortex wordt uitgeschakeld en ons subcorticale brein neemt de regie over. Wij gaan als mens primair reageren op de bewust of onbewust ervaren dreiging. Er is geen helder denken. 

    In ons werk als gedragsanalisten/familiemediators horen wij ouders vaak zeggen dat hun (relatie)problemen, hun stress, verdriet, woede, angst of onmacht geen invloed hebben op de kinderen. In de literatuur is genoeg te vinden over dat het nagenoeg onmogelijk is dat onze eigen bewuste en onbewuste gedrag geen invloed op een ander heeft. Dat wat jezelf niet hebt opgelost kieper je volle bak over de ander heen. Ongewild en onbedoeld. In een interactie hebben wij altijd en zonder uitzondering invloed op elkaar. We kunnen niet “niet” communiceren. Onze binnenwereld lekt of stroomt, altijd naar buiten. Iedere emotie die wij voelen is zichtbaar in ons gelaat en in ons lijf en is hoorbaar in onze stem. Kinderen die zich onveilig voelen zijn meester in het opvangen van deze signalen. Een zucht, een afkeurende blik, een opgetrokken wenkbrauw, spanning in het lijf, een trilling in de stem. Het is allemaal taal dat zeker een kind in onveiligheid heel goed kan duiden ook al zijn de woorden er onder ontkennend.

    Trauma en stressresponses zijn universeel. Van binnen zijn we allemaal hetzelfde. Met of zonder een DSM diagnose. We zijn allemaal min of meer  door ons verleden van binnen beschadigd. De een wat meer dan de ander. Onze responses onder stress zijn vaak heftig in uiting. Uit onze recente onderzoeken aan de Emotional Intelligence Academy | Universiteit van Manchester blijkt dat we allemaal autonomie, veiligheid, verbinding en vertrouwen nodig hebben. Ook blijkt dat we allemaal grenzen overschrijden. Bij onszelf en bij de ander. Opgroeien in een gezin of andere omgeving dat zich niet goed bewust is van de dynamieken en de invloed van eigen gedrag op het kwetsbare kind is destructief. De kinderen hebben onvoorwaardelijke liefdevolle nabijheid en veiligheid nodig. 

    Inzicht in jezelf en de invloed van jouw gedrag op anderen en daarop kunnen handelen getuigd van een grote emotionele intelligentie. Het goede nieuws is dat je dit kunt ontwikkelen als je bereid bent ook naar je eigen aandeel te kijken. 

    En dit is wat wij ouders gunnen. Er komen te veel kinderen in de knel. Er verblijven ca 46.000 kinderen in de residentiele jeugdzorg. Want kinderen worden vaak uit de situatie gehaald omdat het vaak lijkt dat zij het probleem zijn. Als we met ons allen willen dat er minder kinderen uithuis geplaatst worden dan zullen we moeten insteken op preventie en ouders moeten ondersteunen in hun eigen processen. Laten we alsjeblieft stoppen met het kind primair verantwoordelijk te houden voor  zijn of haar gedrag. 

  8. Wat is je overkomen?

    Leave a Comment

    Waar dan ook, zie je mensen die getroffen zijn door een trauma en nog altijd worden begrepen en soms zelfs opnieuw worden getraumatiseerd, door de systemen die hen juist zouden moeten helpen. Ophra Winfrey

    Boektip: Wat is je overkomen? Door Bruce D. Perry en Ophra Winfrey. Bekende en onbekende trauma informatie met helpende voorbeelden die nog meer aan het denken zetten. Ben je nog niet zo bekend met de werking van het brein, het geheugen en de stressrespons  in relatie tot gedrag, dan is dit boek echt een must.

    Ik geloof dat je niet echt traumasensitief kunt zijn als je niet onder ogen ziet welke diepgewortelde voordelen je zelf hebt en welke structurele vooroordelen in het systeem zitten. Dr Bruce Perry

    Er is zoveel goede recente internationale wetenschappelijke kennis over trauma voorhanden. Hoe kan het toch dat over het algemeen, ondanks hele goede intenties, nog niet het juiste wordt geboden aan kinderen en volwassenen die sterk overlevingsgedrag laten zien, zoals bij autisme en ADHD?

  9. Trauma en een oproep tot preventie

    Leave a Comment

    Nog steeds wordt trauma in de regel gezien als het resultaat van een intense, levensbedreigende gebeurtenis of situatie zoals seksueel misbruik, overlijden van een ouder, scheiding, oorlog, geweld, misbruik of een ramp. 

    Vaak echter hebben we onze trauma ervaringen niet bewust, zijn ze stil en subtiel maar hebben deze ervaringen ons op een onbewuste laag diep geraakt. We krijgen in onze jonge jaren keer op keer de bevestiging dat ons gevoel niet goed is of er niet toe doet. Deze afwijzing heeft effect op de chemische balans in ons lichaam. Onveiligheid zorgt voor een te veel aan stresshormonen in ons lijf. 
    Een kind voelt zich onbewust niet veilig, niet begrepen en kan geen innerlijke rust ervaren. Het te veel aan stresshormonen zet de cognitieve ontwikkeling en de fysieke gezondheid onder druk. Het zenuwstelsel kan zich niet optimaal ontwikkelen. De onveiligheid die kinderen en ook volwassenen ervaren uit zich in vaak onhebbelijk overlevingsgedrag. 

    Onze ervaringen uit het verleden kan iedere beslissing die we nemen, iedere keuze die we maken sterk beinvloeden. Zonder dat we beschuldigend naar ouders willen zijn willen we toch graag aandacht geven waardoor trauma’s kunnen ontstaan in de opvoeding.

    Trauma ontstaat wanneer het gevoel van veiligheid en liefde van een kind binnen het gezin wordt verstoord – vaak omdat de ouders (onbewust) te veel met zichzelf bezig zijn om zich op de behoeften van hun kind te concentreren.
    Het kan ook zijn dat een van de ouders het emotionele leven van het kind niet kan erkennen, waardoor het kind zich niet emotioneel veilig en gesteund kan voelen. Of het kind krijgt geen ruimte om een eigen “ik” te ontwikkelen omdat de ouders het graag naar hun beeld willen vormen. In scheidingen komt het regelmatig voor dat een van de ouders “de betere” ouder wil zijn en daarmee onbewust en onbedoeld een zware druk op het kind legt. Ook armoede is een grote veroorzaker van trauma bij kinderen. Ouders die wekelijks de angst hebben hun kinderen wel te kunnen voeden hebben geen energie en ruimte meer om voor de emotionele behoeften van hun kind te kunnen zorgen. 

    Als we kinderen zijn, ervaren ons leven op onze eigen manier. We hebben als kind een beperkt referentiekader en zijn de eerste jaren van ons leven volledig afhankelijk van onze ouders of verzorgers. Een van onze kernbehoeften is erkenning. Om een ​​sterk, gezond gevoel van eigenwaarde op te bouwen, moeten we worden erkend door degenen van wie we houden en die we het meest vertrouwen: onze verzorgers. Zo voelen we ons begrepen, gesteund en vooral veilig.

    Als we als kinderen onze oprechte gevoelens met onze ouders delen en ons wordt verteld “het was niet zo erg” of “dat is niet echt gebeurd”, is de boodschap die we opnemen dat onze gevoelens en ervaringen niet legitiem zijn. Hetzelfde geldt voor: niet huilen, niet boos doen, reageer niet zo hysterisch. Het valideren van iemands emotionele ervaring betekent niet noodzakelijkerwijs dat je het met hem of haar eens bent. Het betekent gewoon dat je laat weten dat hun ervaring echt is en dat hun emoties er mogen zijn.

    Ouders die nadruk leggen op het uiterlijk van kinderen, op het gewicht, kleding, geven onbewust het signaal af dat uiterlijk belangrijk is om geaccepteerd te worden. Een kind ontwikkelt al snel de strategie dat het uiterlijk of zelfs het lichaam ingezet moet worden om goedkeuring of liefde te krijgen.  
    Wanneer ouders het zelf moeilijk hebben, zijn ze niet goed in staat om aan de emotionele en psychologische behoeften van het kind te voldoen. Als een ouder zijn of haar eigen emoties niet kan reguleren en er veel ruzie is in het gezin dan zorgt dit voor een instabiele onrustige omgeving. Kinderen die in dergelijke omgevingen opgroeien, creëren de overtuiging dat zij de schuld zijn van de chaos waarin ze zich bevinden, wat hun gevoelens van schaamte, schuld en ontoereikendheid creëert en versterkt. Bovendien leren ze de stemmingen van de ouder te volgen om emotioneel te overleven. Zo ontstaat al gauw bij het kind het patroon van de people-pleaser.

    We willen onszelf liever niet als slachtoffer zien. We willen niet zien dat ook wij als volwassenen (onbewust) ook traumatische situaties en omstandigheden hebben meegemaakt. Trauma is veel breder dan we ons vaak voorstellen en het laat blijvende littekens achter, of we ons er nu bewust van zijn of niet. 

    Ouders doen vaak hun stinkende best om het voor hun kinderen goed te doen. Wat wij als ouders zelf gemist hebben in onze jonge jaren willen we voor onze kinderen anders en beter. Het risico op overcompenseren ontstaat. Vanuit een positieve intentie is echter ons gedrag dan nog steeds gedrag op basis van ons eigen verleden en ontbreekt het ons als ouders vaak aan een goede strategie en een goed repertoire aan kennis en vaardigheden. 

    De gedrags- en ontwikkelingsproblemen die ontstaan bij kinderen als reactie op de traumapatronen worden vaak gezien als het probleem van het kind. Het kan maanden tot jaren duren voordat er goede hulp komt. Soms zelfs gaat er een heel diagnosetraject aan vooraf. 

    Maar hoe zou het zijn als er bij de eerste aanleiding van stress bij het kind, stress bij ouders rond opvoeding, ontwikkeling al hulp komt. Hulp in de vorm van goede kennisoverdracht op basis van de meest recente kennis over trauma, over stress, over patronen, werking van het brein onder stress. Laten we gaan kijken naar de oorzaken van stress in een gezin en niet alleen maar het gedrag van het kind willen bijsturen of verbeteren. Bij kinderen maar zeer zeker ook bij ouders. Het kan niet anders dan dat deze kennis een positief effect heeft op het hele gezinssysteem. We moeten stoppen met het kind, dat altijd het meest last heeft van alle bijzondere dynamieken, exclusief te maken en daar alle aandacht op te richten. Laten we stoppen kostbare kinderjaren te verspillen. Laten we ons meer en meer richten op preventie dan op het proberen steeds maar achteraf iets te repareren wat al zo diep is ingesleten. 

  10. De invloed van stress op het jonge kind

    Leave a Comment

    De invloed van stress op het leervermogen van het jonge kind

    ‘Wordt het niet eens tijd dat we op een andere manier naar problematiek bij kinderen gaan kijken?

    Ook jonge kinderen ervaren stress. Ze ervaren dit vaak door de situatie thuis. Hun wereldje
    is immers nog klein. Stress bij een scheiding, ziekte of werkeloosheid van ouders, overlijden
    van grootouders of het overlijden van de hamster. En in deze roerige tijden ook stress van de onzekerheid rond corona. Stress heeft een sterke invloed op de cognitie van een kind. Wat doet stress met het brein?

    Lees ons artikel in het Tijdschrift voor Remedial Teaching
    RT-2021-1-12-De-invloed-van-stress-op-het-leervermogen-van-het-jonge-kindDownload